|
|
|
||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||
Na de dood van haar moeder verhuist de vijfjarige Heidi naar de Zwitserse Alpen, waar
haar knorrige grootvader een kleuizenaarsbestaan leidt. Door zijn vrolijke kleindochter
komt er eindelijk weer wat vreugde in het leven van opa. Heidi sluit vriendschap met
Peter, een geitenhoeder die ongeveer even oud is als zij. Aan haar idyllische leven komt
een einde wanneer Heidi wordt opgehaald door haar tante, die haar naar Frankfurt
brengt, waar ze moet gaan wonen bij het gezin van diplomaat Sesemann. Hier zal Heidi
een goede scholing krijgen. Heidi kan het goed vinden met Klara, de invalide dochter van
Sesemann, maar toch heeft ze vreselijk last van heimwee. Gelukkig mag ze na een jaar
naar huis. Klara gaat mee, om een tijdje in de bergen te logeren. De berglucht doet haar
echter zo goed, dat de dokter adviseert dat ze beter samen in de bergen kunnen blijven
wonen. Maar vinden Klara's ouders dat ook goed?
Inhoud wordt geladen...